Normen en waarden voorbeelden

Waarden

De idealen en overtuigingen van een mens of een groep mensen zijn wat wij als waarden beschrijven. Veel mensen vinden waarden iets persoonlijks. Het is iets waarmee je goed en slecht kunt onderscheiden. Het is dus in zekere zin ook subjectief wat goed of slecht is. Met je waarden laat je zien wat je belangrijk vindt en wat je goed vindt. Een paar voorbeelden van waarden: vrijheid, saamhorigheid, tolerantie, solidariteit, trouw en gelijkheid. Wil je meer voorbeelden? Blijf verder lezen! 

  1. Integriteit
  2. Geluk
  3. Zingeving
  4. Zelfstandigheid
  5. Vernieuwing
  6. Uitdaging
  7. Behulpzaamheid
  8. Dankbaarheid
  9. Verantwoordelijkheid
  10. Onafhankelijkheid
  11. Humor
  12. Rust
  13. Spontaniteit
  14. Authenticiteit
  15. Creativiteit
  16. Zelfvertrouwen
  17. Spiritualiteit
  18. Geduld
  19. Optimisme
  20. Gezondheid
  21. Vriendschap
  22. Tolerantie
  23. Zorgzaamheid
  24. Religie
  25. Spiritualiteit
  26. Familie
  27. Plezier
  28. Verbondenheid
  29. Autonomie
  30. Bescheidenheid
  31. Stabiliteit
  32. Beleefdheid
  33. Schoonheid
  34. Loyaliteit
  35. Vaderlandsliefde
  36. Naastenliefde
  37. Trouw
  38. Inzicht
  39. Mededogen
  40. Netheid
  41. Openheid
  42. Toewijding
  43. Discipline
  44. Persoonlijke ontwikkeling
  45. Harmonie
  46. Stiptheid
  47. Passie
  48. Rijkdom
  49. Solidariteit
  50. Leiderschap

Normen

Je normen vloeien voort uit je waarden. Ze worden ook wel als gedragsregels gezien, regels die jij belangrijk vindt. Normen zijn meer meetbaar dan waarden. Een voorbeeld van een norm is: ´Je houdt afstand als iemand een pincode intypt.´ De achterliggende waarde is dan privacy. Je vindt hieronder nog meer voorbeelden:

  1. Je behandelt iedereen gelijk
  2. Je zorgt goed voor je eigen dieren en die van anderen
  3. Je raakt vreemden niet zo maar aan
  4. Je gaat niet luidruchtig telefoneren in de trein of bus
  5. Je gaat niet zitten bellen tijdens een etentje in een restaurant
  6. Als iemand wat vertelt, dan luister je
  7. Je houdt de deur op voor degene achter je
  8. Je steekt niet je middelvinger op in het verkeer
  9. Je zit niet zomaar aan andermans spullen
  10. Als je hond poept, dan ruim je dat netjes op
  11. Je houdt je hand voor je mond als je hoest
  12. Je steekt geen sigaret op in de auto als anderen niet roken
  13. Je gooit geen rommel op straat
  14. Opstaan voor ouderen misstaat niemand
  15. Je zit niet met je handen aan het eten
  16. Je hebt geen oordopjes in / koptelefoon op tijdens een vergadering
  17. Je staart niet naar gehandicapten
  18. Je geeft mensen de ruimte om in te voegen in het verkeer
  19. Je komt gewoon op tijd op je werk
  20. Je doet niet je voeten op tafel als je op bezoek bent
  21. Als je bij de kassa komt, groet je de kassière even
  22. Je draait geen keiharde muziek midden in de nacht
  23. Je gaat niet met je voeten op de bank zitten in de trein of bus
  24. Kauwgom spuug je niet uit op de grond
  25. Je spuugt niet op straat
  26. Voordringen doe je niet
  27. Ouderen tutoyeer je niet
  28. Je gaat niet van tafel voordat iedereen klaar is met eten
  29. Je laat vrouwen voor gaan
  30. Bij het verlaten van de bakker of slager groet je even
  31. Je scheldt en vloekt niet aan de zijlijn bij de voetbalwedstrijd van je zoontje
  32. Als een blinde man wil oversteken, dan stop je
  33. Je laat je hond niet loslopen als hij agressief is naar andere honden
  34. Als iemand wat laat vallen voor je, dan attendeer je hem of haar daarop
  35. Je wacht netjes op je beurt in de winkel
  36. In een restaurant wenk je de ober in plaats van hem te roepen
  37. Als je als kind een plakje worst krijgt bij de slager zeg je dank u wel
  38. Je gaat niet lachen als iemand boos of verdrietig is
  39. Als je iets van iemand hebt gekregen, geef je dat niet weg
  40. Je wacht met eten totdat iedereen heeft

 

Door Redactie